
Cindy keert met haar boek terug naar Sint Antonius: negen jaar na diagnose herenigt ze met de zusters van toen
NieuwsUITGEEST – ‘’Pak maar een koffertje in, want je gaat nu naar het ziekenhuis’’, zei de huisarts tegen de toen nog 38-jarige Cindy Heinen-van den Oever. Haar wereld stond ineens stil. In februari kreeg ze een griep die niet overging. Na het bloedprikken kwam een heftige diagnose, namelijk die van acute leukemie. Over die periode heeft ze samen met haar moeder een boek geschreven over de lastige periode. Hier schreven we in maart al eens eerder over. Nu is ze teruggegaan naar het ziekenhuis waar ze ooit heeft verbleven tijdens de chemo’s.
Cindy verbleef in het Sint Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein, waar ze gespecialiseerd zijn in kwaadaardige hematologische aandoeningen, oftewel bloedziektes. Samen met haar moeder schreef ze een boek ’Mijn zus gaf mij nieuw leven’. “In dit fijne ziekenhuis werd ik behandeld, omdat er toen geen plek was in ziekenhuizen dichterbij. Hier mocht ik na negen jaar mijn boek presenteren aan de verpleegkundigen van de oncologie- en hematologie-afdeling waar ik toen lag”, vertelt ze. Cindy heeft contact gehouden met haar zuster Esther, hierbij stuurden ze elkaar WhatsApp-berichten. “Ook voor mijn moeder die al die tijd bij mij bleef, was dit een helend proces. Zij ontmoette de verpleegkundige die haar heeft bijgestaan toen ik ’s nachts in shock verkeerde, omdat mijn darm was geperforeerd door de vele chemobehandelingen. Zij konden elkaar nu ook in de armen vallen en dit heftige moment nabespreken”, aldus Cindy. Het was ook Cindy’s zuster Cornelieke nog altijd bijgebleven. “Voor de verpleegkundigen was het fijn om te horen wat er met mij gebeurd is, nadat ik daar vertrokken was. De stamceltransplantatie vond plaats in het VU-ziekenhuis, dus daar hebben zij nooit meer iets van teruggehoord”, vertelt Cindy als ze terugdenkt aan het moment.
De sfeer op de afdeling verraste Cindy. “Het was eigenlijk heel erg bijzonder. Het Sint Antonius Ziekenhuis is zo’n fijn ziekenhuis. Het ruikt niet eens naar ziekenhuis”, zegt ze. Tijdens de presentatie bleek dat veel verpleegkundigen nog steeds aan het werk waren, hoewel de tijd sindsdien voorbij was gevlogen. “We troffen twee zusters aan. Voor hen was het ook intens om te zien hoe het later is gegaan”, licht Cindy toe. “Sommige verpleegsters wisten niet hoeveel impact hun kleine gebaren hadden. Ik las een stukje uit mijn boek voor over hoe eenzaam ik mij voelde en dat een zuster even langskwam om me te troosten. Voor haar was dat vijf minuten, maar negen jaar later denk ik daar nog aan terug. Dat heeft zoveel voor mij betekend.”
Cindy ziet nu hoe belangrijk erkenning is voor zorgverleners, zeker terwijl ze nu ook kraamverzorgster is geworden. “Ik ken dat effect ook. Mensen zeggen soms na een week: ‘Je hebt zoveel voor me betekend.’ Terwijl ik alleen maar mijn werk doe. Het is een zwaar beroep en ze verliezen ook veel patiënten”, weet ze uit eigen ervaring. Het aantal volledig genezen patiënten is volgens haar helaas laag: “Zij zeiden toen tegen mij: vijftig procent overleeft het sowieso, en tien procent na vijf jaar. Het zijn heftige getallen.” Toch koos Cindy voor positiviteit, ondanks haar ziekte.
Nu is het bijna tien jaar na haar diagnose. Cindy kijkt met vertrouwen naar haar volgende en laatste controle in januari 2027. “Ik heb een overwinningsgevoel”, zegt ze trots. Naast haar eigen verhaal, wilde Cindy iets terugdoen voor de huidige patiënten. Bij MET in Heemskerk zag Cindy gehaakte troostdekentjes en knuffels, gemaakt door vrijwilligers. “Ik nam twee dekentjes mee voor de eerste keer en een hele tas vol knuffels voor de tweede keer. Die heb ik ingepakt met een kaartje en via de tussenpersoon uitgedeeld aan de ziekenhuizen.” Deze gebaren komen voort uit haar eigen ervaring. “Toen ik ziek was, kreeg ik eens een mandje met warme antislipsokken. Als je kanker hebt, heb je koude voeten dus van zulke attenties word je enorm blij. Kleine dingen kunnen zo’n boost geven”, sluit ze af.
Tekst: Tijl Stuifbergen
















