
Nico Brantjes sprak met imker Herman Rasch
NieuwsUITGEEST – “Ik had mijn twijfels bij het voorgaande artikel en vooral bij de foto in De Uitgeester over de hoornaar. De redactie stelde voor om zelf een artikel te schrijven over de problemen rond een invasief insect dat in Uitgeest en omgeving is gezien,” aldus Nico Brantjes. “Omdat mijn kennis van deze problematiek en de gevaren beperkt is, ben ik langsgegaan bij de plaatselijk bekende imker Herman Rasch, lid van de Vereniging van biologische, dynamische bijenhouders. Dat zijn imkers die het welzijn van bijen boven de productie van honing stellen.
Deze bevlogen man, die al 50 jaar imker is, heeft mij opnieuw doen beseffen hoe interessant en belangrijk bijen voor ons zijn. Het gaat daarbij niet alleen om wilde bijen, maar ook om de bijen van imkers, die een deel van de honing oogsten en hun steentje bijdragen. Denk ook aan imkers die met hun volken helpen bij de bestuiving van onder andere fruitboomgaarden.
Herman vertelde mij dat imkers zich grote zorgen maken en dat de aanwezigheid van de hoornaar daar nog een extra probleem aan toevoegt. Tegenwoordig gaat per seizoen al ongeveer 21% van de bijen verloren, en dat percentage groeit door verschillende oorzaken, waarvan hij er drie noemde: de varroamijt (een klein, krabachtig en agressief parasitair diertje), het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en nu de Aziatische hoornaar, waarvan de naam sinds kort is veranderd in geelpoothoornaar. Daarnaast vertelde hij dat er nog een nieuwe bedreiging aankomt: de tropilaelapsmijt, die net als de varroamijt parasiteert op honingbijen. Hierdoor wordt het erg spannend voor imkers, maar ook voor de toekomst van ons allemaal.
In dit artikel beperk ik mij tot de geelpoothoornaar, die steeds verder oprukt door ons mildere klimaat. Hij is te herkennen aan zijn donkere lichaam met opvallend gele pootuiteinden, is 2,5 tot 3 centimeter groot en heeft een oranjegele kop. Hij is iets kleiner dan zijn minder gevaarlijke soortgenoot, de Europese hoornaar. Het lijf is donkerbruin tot zwart met gele banden. De agressieve geelpoothoornaar kan voor mensen gevaar opleveren als men allergisch is voor wespen. Krijg je klachten zoals benauwdheid, duizelingen of zwellingen, neem dan contact op met de huisarts of bel bij ernstige klachten 112.
De geelpoothoornaar vormt een risico voor de natuur, omdat hij grote aantallen insecten eet die juist nodig zijn voor de bestuiving van planten en fruitbomen. Hij verorbert namelijk ook grote hoeveelheden bijen, waarbij imkers soms bijna machteloos moeten toekijken. Gelukkig hebben bijen zelf een bijzondere methode om de hoornaar te weren: ze groeperen zich rond het dier en beginnen massaal met hun vleugels te wapperen, waardoor de temperatuur voor de hoornaar te hoog wordt en deze sterft.
De bestrijding is voor mensen lastig door de snelle voortplanting en de moeilijk bereikbare nesten. De koningin begint met een klein nestje waarin talloze eitjes worden gelegd. Hieruit ontstaan werksters, die vervolgens een groot, papierachtig grijs nest bouwen, vaak hoog in bomen. Deze nesten zijn moeilijk te benaderen. Van grootschalige bestrijding is dan ook geen sprake, mede vanwege de hoge kosten. De beste aanpak is vroegtijdig signaleren en afvangen. Burgers kunnen helpen door alert te zijn op hoornaars en dit te melden bij een plaatselijke imker.
Daarnaast kunnen mensen gebruikmaken van wespenvangers of wespenvallen die te koop zijn. Deze worden gevuld met lokstof, bijvoorbeeld suikerwater met een scheutje rode of witte wijn en bier. Regelmatig verversen is daarbij belangrijk. Er bestaat overigens ook een speciaal ontworpen val voor de Aziatische hoornaar. Wie liever geen hoornaars in de buurt heeft, kan een bruingrijze papieren zak ophangen; die lijkt op een nest, en hoornaars mijden vaak plekken waar ze concurrentie vermoeden.
Hopelijk raken imkers, ondanks de soms moedeloze vooruitzichten, niet ontmoedigd en kunnen we samen de strijd aangaan met deze bedreigingen voor bijen. Ook het terugdringen van het gebruik van chemische middelen is belangrijk voor het welzijn van alle insecten, en dus ook voor de bij. Anders moeten we in de toekomst misschien zelf bomen bestuiven met een kwastje, zoals dat nu al gebeurt in delen van China”.
Nico Brantjes















