Huisarts Dirk Jan van Wijk.
Huisarts Dirk Jan van Wijk. Foto: aangeleverd

Column Dirk Jan van Wijk: Over de dood (1)

Algemeen

Op de woensdag dat deze Uitgeester verschijnt is het precies 5 jaar geleden dat mijn vader stierf. Ik neem je mee terug in mijn tijd.

“Over de doden niets dan goeds”, zegt men. Tijdens de uitvaart wordt het leven herinnerd en geprezen.
Mijn vader was na het overlijden van mijn moeder echter depressief geworden en een minder aangenaam mens voor zichzelf en zijn omgeving. En de uitgebreide prostaatkanker die zich met medicijnen al ruim 15 jaar rustig had gehouden, begon ineens zijn lichaam en leven te verteren. Zijn enige trots was nog het feit dat geen enkele Van Wijk ooit zo oud was geworden als hij, maar hij had niet de ambitie om dat record nog veel scherper te stellen. Het leven was voor hem niet meer de moeite waard en ook niet meer de moeite waard te maken en hij koos ervoor om het te laten eindigen.
Dat was een logisch besluit tegen de achtergrond dat hij als huisarts altijd een voorstander was geweest van de mogelijkheid tot euthanasie. Ten koste van een rechterlijke veroordeling heeft hij destijds zelfs bijgedragen aan de jurisprudentie over dit onderwerp.

Op de dag dat hij zou sterven had hij nog een laatste lunch met zijn (schoon-)kinderen. Er werd gelachen en er werden herinneringen opgehaald. Zo ook de herinnering aan het feestje op een rondvaartboot, dat mijn ouders een aantal jaren daarvoor hadden gegeven om het leven voor een laatste maal met intimi te vieren. Bij die gelegenheid heb ik voor we aan boord gingen een ‘uitvaartspeech’ gehouden, zodat ze die nog bij leven hadden gehoord! Na dit laatste middagmaal kwam de huisarts de ultieme wens van mijn vader om het leven te verlaten, vervullen: hij stierf zittend in zijn geliefde stoel, die hij destijds bij zijn afscheid als huisarts van zijn patiënten had gekregen om lekker te kunnen uitrusten.

Wij, kinderen, hebben hem uitgestrooid bij het vennetje in de bossen van Norg, waar we anderhalf jaar daarvoor ook de stoffelijke resten van mijn moeder hadden achtergelaten. Dat was haar uitdrukkelijke wens geweest; zij had een groot deel van haar leven daar doorgebracht, waaronder de oorlogsjaren. Het voelde heel ‘natuurlijk’ om haar as te verstrooien bij het verstilde water dat werd omzoomd door bloeiende rododendrons. Natuurlijk vanwege de plek en natuurlijk, omdat mijn moeder tijdens haar leven ook wel eens ‘verstrooid’ kon zijn.
Mijn vader had laten zien dat hij niet goed zonder mijn moeder kon leven, dus verenigden we hem natuurlijk na zijn dood weer met mijn moeder.

Door huisarts Dirk Jan van Wijk
(d.j.vanwijk@planet.nl)