Als een asielzoeker een verblijfsvergunning krijgt, moet hij van een asielzoekerscentrum naar een woning.
Als een asielzoeker een verblijfsvergunning krijgt, moet hij van een asielzoekerscentrum naar een woning. Foto: ANP

Veel inzet nodig vanuit gemeenten voor huis en werk statushouders

Algemeen

UITGEEST - Vluchtelingen die vanuit een crisisgebied naar Nederland komen willen vaak graag snel een beter bestaan opbouwen. Als een verblijfsvergunning wordt verkregen, begint de zoektocht naar een huis en vervolgens een baan. Gemakkelijk gaat dat niet. 

Als een asielzoeker een verblijfsvergunning krijgt, en zo statushouder wordt, moet hij van een asielzoekerscentrum naar een woning. Door het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) worden de statushouders aan gemeenten gekoppeld, die de erkende vluchtelingen aan een geschikte woning moeten helpen. De regering stelt elk halfjaar vast hoeveel statushouders een gemeente op moet nemen. Dit wordt ook wel de taakstelling genoemd.

Afgelopen jaar moesten de gemeenten landelijk 24.500 statushouders huisvesten. Dit is een ruime verdubbeling ten opzichte van 2020, toen ging het om 12.000 statushouders. “Deze stijging is te verklaren door de achterstallige asielaanvragen bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)”, zegt Evita Bloemheuvel van Vluchtelingenwerk. Door de inhaalslag die gemaakt moest worden heeft in anderhalf jaar tijd een grotere groep hun status verworven. “Daardoor staan gemeenten nu voor een behoorlijke opdracht.”

Huisvesting
Het wegwerken van de opgelopen achterstanden gaat sneller dan gemeenten woningen kunnen aanbieden. “Zeker nu de woningmarkt krap is. Toch hebben gemeenten afgelopen jaar nog aardig veel woningen voor statushouders gevonden. De taakstelling is toen grotendeels gehaald,” aldus Bloemheuvel.

In Uitgeest zijn er afgelopen jaar meer statushouders gehuisvest dan in 2019. De gemeente Uitgeest kreeg voor 2021 de opdracht om in totaal 20 statushouders op te nemen. Tot en met november hebben 15 statushouders hier daadwerkelijk een woning toegewezen gekregen.

“De bedoeling is dat gemeenten binnen drie maanden een woning aan een statushouder kunnen aanbieden,” zegt Bloemheuvel. Maar dat lukt niet in alle gevallen. “Gemiddeld gezien zie je dat de doorstroom naar een woning al snel een halfjaar bedraagt. Een grote groep wacht dan ook nog altijd in een opvang op een huis.”

Werk
Na de uitdaging voor gemeenten om statushouders te huisvesten, proberen gemeenten en maatschappelijke organisaties hen ook aan een baan te helpen. Radboud Franssen geeft gemeenten vanuit Vluchtelingenwerk advies over het verbeteren van de arbeidsparticipatie van vluchtelingen. “Er moet meer worden gezocht naar win-winsituaties,” zegt hij.

Als voorbeeld noemt Franssen het project Docentenvluchtelingen voor de klas, waarbij het de bedoeling is om statushouders met al een lesbevoegdheid voor wiskunde te laten lesgeven op de middelbare school. “Ze hebben alle kennis al in huis en kunnen helpen om het landelijke tekort aan wiskundedocenten te minderen. De statushouders hoeven alleen nog bekwaam te worden in de Nederlandse taal en in te burgeren in het onderwijssysteem.”

Door de Wet inburgering 2021, die deze maand is ingegaan, hebben gemeenten momenteel ook een belangrijke rol bij de begeleiding van de inburgering. “De inburgering wordt nu door gemeenten op maat aangeboden, waardoor dit proces hopelijk vlotter gaat verlopen,” aldus Bloemheuvel die namens Vluchtelingenwerk zegt blij te zijn met de wet. “Het is nog afwachten hoe de wet bij de gemeenten uitpakt.”

Bron: ANP