De IJsclub gaat niet over één nacht ijs...
De IJsclub gaat niet over één nacht ijs... Foto: Anita Webbe

Het mag wel gaan vriezen

Algemeen

UITGEEST - IJsclub Uitgeest en ijsmeester Nico Brantjes wensen u een vorstelijk nieuwjaar.

Nico Brantjes heeft de baan onder water staan en het liefst ziet hij er ijs op liggen. Nu zwemmen meeuwen en eenden op de plas water. Als er geen wind staat kan het prachtig mooi glad dichtvriezen. “Graag geen sneeuw tijdens de vorst, zoals afgelopen jaar, want dan moet er veel werk verzet worden,” aldus Nico.
De temperaturen in december lag geregeld nog boven nul, hoewel er ’s nacht al perioden waren met vorst. “Ik droom weer van een mooie strakke ijsvloer, al verwacht ik de komende dagen nog niet voldoende kou.”

Vooruitlopend is Nico regelmatig bezig om met de pompinstallatie het water op peil te houden. “Te veel water is niet nodig maar te weinig is ook niet goed. Het blijft wikken en wegen, het is een kwestie van gevoel.” Zo ook bij het voorspellen van een ijsperiode. Vorig jaar schatte hij in dat er in februari een ijsperiode zou komen. Hij zat er slechts een week naast, maar voor hetzelfde geld komt er van voorspellingen niets terecht. “Dan hebben de wintertenen een verkeerd signaal afgegeven of was het aan de natuur niet goed te zien,” lacht de ijsmeester. “Als ik nu om me heen kijk zie ik nog geen snelle verandering. De vogels zie je nog niet in grote koppels zuidwaarts trekken en de mollen maken nog geen grote hopen om dieper in de grond te kruipen. Het was een slecht notenjaar en dat belooft eigenlijk niet veel goeds. Een positief signaal is het koudedipje dat we afgelopen week hebben gehad. Laat het eerst in Rusland maar flink koud zijn. Dan wordt de situatie anders bij een oostenwind. Misschien staan we in januari al op het ijs. Als het eenmaal zover is doet de ijsclub zijn best om een veilige, gezellige en kwalitatief goede baan te maken.” Een ding wil Nico beter doen. En dat is zijn schoeisel aanpassen met bijvoorbeeld wat scherpe bandjes onder de zolen, want afgelopen jaar viel hij tweemaal door het gladde ijs en dat bleef hem lang heugen. “Ook al zijn de botten niet meer zo jong, zodra het lekker gaat vriezen dan sta ik in ieder geval op het ijs.”