Arien Krijgsman.
Arien Krijgsman. Foto: aangeleverd

Dorpsdokter Arien Krijgsman zwaait af

Algemeen

UITGEEST - Voor het interview begint, creëert huisarts Arien snel een zitje in haar prachtige tuin die bij d’Artzenijhoff aan de Middelweg hoort. Sinds 1868 hebben huisartsen hier gewerkt en gewoond. Glimlachend herinnert zij zich toenmalig huisarts Smeets die graag precies in dit hoekje van de tuin zat. 

Arien: “Een magisch huis met zoveel moois in zich en aan deze tuin heb ik veel plezier beleefd.”

Zij groeide op in Gelderland en genoot toen al van het plattelandsleven, rust, natuur en gemoedelijkheid. De kunstacademie leek haar wel wat, het conservatorium of wellicht de balletacademie. Richtingen die door omstandigheden niet doorgingen want uiteindelijk vertrok zij naar Amsterdam om geneeskunde te studeren. Arien lacht: “De ouderen uit het dorp waar ik opgroeide vonden het een stad van verderf maar ik genoot van alles wat Amsterdam een student bood.” Toen zij haar opleiding tot huisarts in Limmen deed, vroeg dokter Smeets haar langs te komen in Uitgeest voor een sollicitatiegesprek, om na vijftien minuten te roepen “ik geloof dat ik het al weet!” De wens en het romantisch beeld van een eigen dorpspraktijk kwamen hiermee uit. Hoewel van oorsprong een katholieke praktijk, Arien was niet katholiek en ook nog eens de eerste vrouwelijke huisarts, voelde zij zich als een vis in het water tussen boerderijen en dorpelingen. Arien: “Bijzonder om te zien dat dokter Smeets op huisbezoek ging met een stethoscoop, een koffertje met wat injectienaalden, valium en morfine. Hij wist vaak al wat hij mee moest nemen naar bepaalde patiënten. Ik vroeg mij af hoe ik het daarmee moest redden, was net als een brugklasser die in het begin álle boeken mee naar school neemt.” Humoristisch is het verhaal over de woonerven die zij voor huisbezoek betrad. “Geen idee welk hekje ik moest hebben en ik opende dan maar een achterdeur. Eenmaal binnen keek ik eens goed en dacht oh jemig verkeerde foto’s en hup snel weer naar buiten.”

Noord-Hollanders vindt zij wat directer dan Gelderlanders maar Arien hield van de mensen hier, deed alles met hart en ziel en gedijde goed. Dat de Uitgeesters ook gek op Arien waren blijkt wel, hoewel zij daar zelf pas over vertelt als ernaar gevraagd wordt. “Zo lief hoe ik dan boerenkool of aardbeien kreeg toegestopt.” Dan voorzichtig: “Nu wil ik natuurlijk niemand vergeten want ook biefstukjes en vis werd mij regelmatig zomaar gegeven.” En dan die keer toen zij in een weekenddienst in de supermarkt snel een boodschap wilde halen en achtereenvolgens door drie patiënten aangesproken werd die graag nog even iets wilden bespreken. Arien: “Ik ben maar op een kistje gaan zitten, haalde een notitieboekje uit mijn zak en riep okay, zeg het maar! Ik vond het niet erg, het was mijn functie. In het begin moest men misschien even wennen aan een vrouw als huisarts maar ik heb mij ook beschermd gevoeld toen ik alleen was. Mijn zoon stond eens bij het tuinhek en er werd direct door een dorpsgenoot geroepen héhé jongetje wat doe jij daar?

Dertig jaar werkte ik samen met Dirk Jan van Wijk, wij waren als duo sterk. Twintig huisartsen hebben wij met plezier opgeleid, wat veel waarde heeft.” En denkt u een jongere uitgave van dokter Krijgsman in de spreekkamer te zien dan zit u tegenover haar dochter Anna die in de voetsporen van haar moeder is getreden.

Pensioen betekent voor Arien niet achterover leunen. Zij verhuist met haar man Peter naar hun boerderij in Gelderland. Op de vraag hoe zij haar vrije tijd gaat invullen, verschijnt een enthousiaste blik op haar gezicht: “Ik ga naar de kunstacademie in Amsterdam en heb gekozen voor de richting beeldhouwen, daar kan ik in verdrinken.” Ook zal er voor haar passie vioolspelen meer tijd zijn. Arien: “Én ik heb twee kleinkinderen waar ik op wil passen.”

Tot slot wil zij tot de Uitgeesters zeggen: “Als ik door Uitgeest ga dan rijd ik door een soort boekenkast en op elke plek gaat er even een boek open. Ik heb echt vijfendertig jaar lang een gouden tijd gehad door het vertrouwen dat ik van de mensen kreeg en daar ben ik gigantisch dankbaar voor!”

Door: Monique Teeling