<p>Carola Arends-van der Eng.</p>

Carola Arends-van der Eng.

(Foto: aangeleverd)

De zes vragen aan... Carola Arends-van der Eng

1. Waar ben je geboren en getogen?
Ik ben geboren in Amsterdam en al op heel jonge leeftijd verhuisd naar Purmerend. Daar heb ik mijn hele jeugd doorgebracht, daar ben ik naar school, sport en de kroeg geweest. Na mijn opleiding aan de Pabo in Amsterdam ben ik in eerste instantie in Purmerend gaan samenwonen met mijn huidige man Robert. Na korte tijd daar in een flat te hebben gewoond, konden we naar een mooi appartement in Heiloo verhuizen. Van daaruit zijn we na de geboorte van onze dochter naar Alkmaar gegaan. Daar woon ik nu nog steeds met mijn man en twee kinderen. Ik kom dagelijks voor mijn werk als directeur van basisschool De Wissel naar Uitgeest.

2. Wat wilde je worden als kind?
Ik heb heel lang echt geen idee gehad, zelfs niet in mijn laatste jaar van het vwo. Een vriend van mij ging naar een open dag van de Pabo, de lerarenopleiding voor het basisonderwijs. Ik ben meegegaan, eigenlijk voor de gezelligheid. Na die open dag was ik verkocht, ik wist ineens wat ik wilde worden: leerkracht op een basisschool. Maar tijdens de studie ging ik toch weer twijfelen, dus na afloop van de Pabo ben ik door gaan studeren, nu aan de universiteit. Al heel snel kon ik, naast mijn studie, invallen op een school in Purmerend. Toen pas wist ik het echt zeker, het vak van leerkracht past mij als een handschoen.

3. Welk maatschappelijk probleem raakt je?
Ik zie al jarenlang dat de verzorgingsstaat, opgebouwd na de Tweede Wereldoorlog, steeds verder afgebroken wordt. Er gaat ieder jaar iets minder geld naar het onderwijs, de zorg, de politie. De bejaardenhuizen zijn helemaal wegbezuinigd, waardoor mijn oma van 94 nog steeds op zichzelf woont en haar kinderen de zorg voor haar op zich moeten nemen. Er wordt gezegd dat Nederland zo’n rijk land is, maar toch zie ik steeds meer mensen die niet meer goed rond kunnen komen van het salaris dat ze verdienen. Ik word hier oprecht heel verdrietig van.

4. Wat zoek je op reis?
Sinds twee jaar gaan Robert en ik weer met z’n tweetjes op vakantie, de kinderen gaan niet meer mee. We gaan vrijwel ieder jaar met de tent op pad, het liefst naar Frankrijk. Daar zoeken we kleine campings, gelegen in de natuur. We zoeken ruimte, groen, rust en leegte. We wandelen, zwemmen in de rivier, zoeken een klein dorpje op, drinken een lekker biertje op een terras. In het najaar zoeken we meestal een grote stad op, gaan we de stad ontdekken, de kleine straatjes door. Een van mijn mooiste herinneringen is dat we met de kinderen, toen nog echt heel klein, op een vrijwel lege camping stonden naast een paar ezels. De natuur stond bijna in onze tent.

5. Wat is voor jou de mooiste plek in Uitgeest?
Sinds mijn verkering met Robert, getogen in Uitgeest, kom ik jaarlijks met de hele familie kijken bij de intocht van Sinterklaas. Een leuke en bijzondere traditie, dit gebeurt inmiddels al ruim 40 jaar. Was eerst Robert het kleine jongetje bij zijn vader op de nek, zo was onze zoon Mees 30 jaar later het kleine jongetje. En wie weet hebben we straks een volgende generatie om mee te nemen. Wij staan dan altijd bij de haven de boot op te wachten. De spanning op die koppies, het wachten, de eerste pepernoten, het is altijd weer een feest om daar te staan.

6. Vraag van Ed van Zijtveld
“Hoe heb jij het afgelopen half jaar de impact van Covid-19 op jouw leerlingen en leerkrachten ervaren en heb je hier iets positiefs uit kunnen halen?”

De impact was groot, zeker in de eerste periode van de lockdown. We moesten als school volledig sluiten en in heel korte tijd het thuisonderwijs organiseren. Wat ik heel mooi vond om te zien is de enorme flexibiliteit van de leerkrachten op De Wissel. Er werd van alles georganiseerd, niemand lette meer op de eigen werkdagen, er werden tips met elkaar gedeeld. Daarnaast was ik erg onder de indruk van de kinderen. Op De Wissel besteden we veel tijd aan de ontwikkeling van de zelfstandigheid van de kinderen. Het resultaat daarvan kon je goed terugzien tijdens het thuiswerken. De kinderen gingen veelal zelfstandig aan het werk met hun dalton-taak, waarin alle vakken waren opgenomen. Ze konden vragen stellen via de mail en we hadden wekelijks contact met alle kinderen via Zoom. Uiteindelijk kan ik stellen dat hoewel deze periode behoorlijk ingewikkeld is geweest, de sterke kanten van zowel de leerkrachten als de kinderen juist extra uit de verf zijn gekomen. Dat gegeven moeten we koesteren.

Meer berichten